Actiepunten eind 2025
Het jaar loopt op zijn eind. Tijd om slim af te ronden én vooruit te kijken. We hebben de belangrijkste eindejaarstips voor ondernemers en dga’s voor je verzameld. Denk aan belastingaangifte, pensioen, het optimaliseren van box 3 en het benutten van de werkkostenregeling. Met deze praktische adviezen haal je het maximale uit 2025 en bereid je jouw organisatie voor op een succesvol 2026.
1. Spreiden investeringen voor meer KIA
Het is zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of je bepaalde investeringen nog in 2025 moet doen of dat je die beter kunt doorschuiven naar 2026. Het spreiden van investeringen kan je meer KIA opleveren.
Investeer je in 2025 tussen € 2.900 en € 70.602, dan krijg je hierover 28% KIA. Je kunt voor een totale investering tussen € 70.602 en € 130.744 een vast bedrag claimen van € 19.769. Dit vaste bedrag neemt geleidelijk af bij investeringen van in totaal tussen € 130.744 en € 392.230.
Boven een investeringsbedrag van € 392.230 krijg je geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus vaak voordeliger.
2. Desinvesteren of juist niet?
Heb je bedrijfsmiddelen waarvoor je investeringsaftrek hebt gehad? Voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. Daarmee krijg je te maken als je deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na het begin van het jaar, waarin je de aftrek hebt geclaimd. Ook als je binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk wordt gesteld. Als je bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel naar jouw privévermogen overbrengt, krijg je hiermee te maken.
Actiepunt:
Check altijd eerst de investeringsdatum, voordat je tot desinvesteren overgaat. Wellicht moet je dat pas in 2026 doen.
3. Bereid je voor op btw-verhoging logies
Vanaf 1 januari 2026 gaat het btw-tarief op logies en hotelovernachtingen fors omhoog van 9% naar 21%. Kampeerterreinen zijn van deze verhoging uitgezonderd. Vanwege de impact op de sector, is nog geprobeerd om deze verhoging via een motie in de Tweede Kamer van tafel te krijgen, maar het demissionaire kabinet wil de motie niet uitvoeren. Bied je naast overnachtingen ook andere faciliteiten los aan, zoals ontbijt of toegang tot een zwembad of een attractiepark? Dan geldt daarvoor het 9%-tarief. Hanteer je een all-in prijs voor logies en andere faciliteiten? Dan moet je de vergoeding opsplitsen in deels belast met 21% en deels met 9%. Heb je een bedrijf in deze sector? Pas dan jouw administratie en systemen hierop aan.
De btw-verhoging van 9% naar 21% voor cultuur, media en sport per 1 januari 2026 is wel van de baan.
Let op
Ontvang je al in 2025 reserveringen en/of betalingen voor overnachtingen in 2026 (of later)? Dan moet je daarop ook het 21%-tarief toepassen.
4. Voorkom boetes bij schijnzelfstandigheid
Sinds begin dit jaar handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers kunnen daardoor te maken krijgen met naheffing van loonheffingen in het geval een zelfstandige wordt aangemerkt als werknemer. Er geldt wel een zogenoemde ‘zachte landing’, waarin de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek. De Belastingdienst gaat daarbij eerst in gesprek met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Tijdens dit gesprek wordt de opdrachtgever er zo nodig op gewezen aandacht te hebben voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan er dan voor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten, waardoor de opdrachtgever dus als het ware eerst wordt gewaarschuwd. Daarnaast worden aan opdrachtgevers en zelfstandigen nog geen verzuim- of vergrijpboetes opgelegd.
Geen verlenging overgangsperiode?
Hoewel de Tweede Kamer daar wel op aandrong, heeft het demissionaire kabinet toch besloten om de overgangsperiode niet te verlengen naar 2026. Verzuim- en vergrijpboetes worden dan dus weer mogelijk. Bij opzet bedraagt de vergrijpboete normaal gesproken 50% van de opzettelijk niet aangegeven loonheffing. Bij grove schuld is dat 25%.
Nu de samenstelling van de Tweede Kamer na de verkiezingen is gewijzigd, is de kans aanwezig dat deze beslissing nog wordt teruggedraaid. Daarover zal een nieuw kabinet moeten beslissen. Dat nieuwe kabinet zal er echter waarschijnlijk niet voor de jaarwisseling zijn.
Actiepunt
Goedgekeurde lopende modelovereenkomsten worden nog geëerbiedigd tot eind 2029. Dit betekent dat opdrachtgevers nog tot 2030 gevrijwaard zijn van naheffing van loonheffingen als ze daadwerkelijk werken volgens de modelovereenkomst.
Actiepunten voor de DGA
5. Check schuldenlast bij je eigen BV
Als je samen met je partner schulden hebt bij je eigen bv die meer bedragen dan € 500.000, dan wordt het meerdere boven de € 500.000 als aanmerkelijk belangvoordeel in box 2 belast. Leent je bv aan je (klein)kinderen of aan je (groot)ouders of die van je partner? Dan geldt voor jou de grens van € 500.000 ook ten aanzien van deze verbonden personen en hun partners. Als zij zelf geen aanmerkelijk belang in jouw bv hebben (5% of meer), dan vindt de belastingheffing over het meerdere boven deze € 500.000 bij jou plaats. Hebben zij zelf wel een aanmerkelijk belang, dan vindt de heffing bij de lener/verbonden persoon plaats.
Eind 2025 controleert de Belastingdienst de schuldenlast bij je eigen bv. Zorg ervoor dat je deze dan zo veel als mogelijk hebt teruggebracht tot maximaal € 500.000. Dat kan bijvoorbeeld door de lening af te lossen met privémiddelen of met een dividenduitkering. In sommige gevallen is het fiscaal beter de excessieflenenheffing te aanvaarden in plaats van het doen van een dividenduitkering. Vraag je adviseur wanneer dit het geval is. Een andere optie is dat je een deel van de schuld herfinanciert bij een bank. Heb je vastgoed in privé? Dan zou je kunnen overwegen om dit te verkopen om met de opbrengt de schuldenlast bij je eigen bv terug te brengen.
Geen dubbele heffing
Eind 2023 was de drempel voor het excessief lenen € 700.000. Was je schuldenlast toen hoger dan deze drempel, bijvoorbeeld € 800.000. Dan heb je in de aangifte IB 2023 het meerdere (€ 100.000) moeten aangeven als inkomsten uit aanmerkelijk belang (ab-inkomen).
Eind 2024 is de drempel verlaagd naar € 500.000. Had je dan nog steeds een schuld van € 800.000, dan toetste je eind 2024 opnieuw of je ab-inkomen moest aangeven vanwege een te hoge schuldenlast bij je eigen bv. Maar doordat je in 2023 al over € 100.000 box-2-heffing hebt voldaan, werd de drempel eind 2024 met € 100.000 verhoogd van € 500.000 naar € 600.000. Je hebt daardoor in de aangifte IB 2024 € 200.000 moeten aangeven (€ 800.000 minus € 600.000) als belast ab-inkomen. Zo wordt dubbele heffing voorkomen. Zonder de ophoging van de drempel had je immers € 300.000 (€ 800.000 minus €
500.000) als ab-inkomen moeten aangeven in je IB-aangifte 2024. De drempel is dit jaar € 500.000 gebleven. Is de schuld bij je eigen bv eind 2025 nog steeds € 800.000? Dan wordt voor de toepassing van de excessieflenenregeling in 2025 de drempel eerst verhoogd met € 300.000. Hierover heb je immers in 2023 en 2024 al box-2-heffing betaald. De drempel is daardoor € 800.000. Je hoeft daarom in 2025 geen ab-inkomen aan te geven op grond van de excessieflenenregeling.
Eigenwoningschulden
Op 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden bij je eigen bv zijn uitgezonderd van de excessieflenenregeling. Ben je deze schulden daarna aangegaan? Dan moet je een hypotheekrecht hebben verstrekt aan je eigen bv om onder deze uitzondering te vallen. Onder eigenwoningschulden vallen in dit verband alleen de schulden die zijn aangegaan voor de woning die als hoofdverblijf wordt gebruikt en dus niet schulden die zijn aangegaan voor een tweede woning of vakantiehuis.
6. Optimaal dividend uitkeren
Het lage box-2-tarief van 24,5% geldt dit jaar voor de eerste € 67.804 inkomen uit een aanmerkelijk belang per belastingplichtige. Heb je een fiscaal partner? Dan geldt het lage box-2-tarief tot € 135.608 bij een gelijke verdeling tussen jou en je partner. Boven € 67.804 inkomen uit een aanmerkelijk belang per belastingplichtige geldt het hoge tarief van 31%. Overweeg je om dit jaar een dividenduitkering te doen? Houd dan ook rekening met de gewijzigde systematiek van de algemene heffingskorting. De afbouw van deze heffingskorting vindt namelijk niet meer alleen plaats over je box-1-inkomen, maar ook over je inkomen uit box 2 en box 3. Keer je dividend uit, dan telt dit dus mee voor de afbouw van de algemene heffingskorting en krijg je dus minder korting.
Ben je AOW-gerechtigd en heb je recht op de ouderenkorting? Dan wordt ook die korting bij een dividenduitkering in 2025 sneller afgebouwd.
Actiepunt
Wil je dividend uitkeren in 2025? Laat jouw specialist vooraf berekenen welk bedrag aan dividend netto het meest oplevert.
Actiepunten voor werkgevers en werknemers
7. Lagere bijtelling elektrische auto van de zaak verlengd
De bijtelling voor het rijden in een nieuwe elektrische auto van de zaak is dit jaar 17% over de eerste € 30.000 catalogusprijs van de auto en 22% over het meerdere. Volgend jaar gaat het lage percentage naar 18% en in 2027 gaat dit percentage naar 20%. Pas in 2028 vervalt het lagere percentage over de eerste € 30.000 catalogusprijs. Voorgesteld was om het lagere percentage al op 1 januari 2026 te laten vervallen, maar dat is nu dus uitgesteld. Pas vanaf 2028 wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen elektrische auto’s en auto’s op fossiele brandstof. Op grond van een overgangsregeling, mag u vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling hanteren. Rijd je nu in een elektrische auto met bijvoorbeeld een bijtelling van 12% en loopt de 60-maandstermijn af in 2026? Dan gaat de bijtelling daarna omhoog naar 18% over de eerste € 30.000 catalogusprijs en 22% over het meerdere!
Actiepunt
Ga je dit jaar nog rijden in een nieuwe elektrische auto van de zaak, die je voor meer dan 500 km ook privé gebruikt? Dan heb je dus nog 60 maanden een bijtelling van 17% over de eerste € 30.000 catalogusprijs van de auto.
8. Vrije ruimte optimaal benutten
Het percentage van de vrije ruimte in de werkkostenregeling over de eerste € 400.000 fiscale loonsom is dit jaar 2%. Boven de € 400.000 is het percentage 1,18%.
Controleer of je de vergoedingen en verstrekkingen die je aan je werknemers hebt gegeven op de juiste wijze hebt verwerkt voor de werkkostenregeling en of je mogelijk nog ruimte over hebt om de werkkostenregeling optimaal te benutten. Je mag vergoedingen en verstrekkingen ten laste van je vrije ruimte brengen als het gebruikelijk is dat de werknemer deze onbelast krijgt. De Belastingdienst beschouwt vergoedingen en verstrekkingen van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar als gebruikelijk. Vergoedingen en verstrekkingen van in totaal minder dan € 2.400 per werknemer kun je dus onbelast uitkeren vanuit de vrije ruimte.
Alternatief bij volle vrije ruimte
Heb je de vrije ruimte al helemaal benut? Dan hoeft de eindheffing niet per definitie duur voor je uit te pakken. Je moet alleen andere keuzes maken. Stel, je bent van plan om jouw werknemers een bonus te geven van € 500 bruto, waarvan zij ieder zo’n € 250 netto overhouden. Jouw kosten (inclusief werkgeverslasten) bedragen dan zo’n € 600. Wijs je nu de nettobonus van € 250 aan in de vrije ruimte, maar is die opgebruikt, dan moet je daarover 80% eindheffing betalen. Jouw kosten zijn dan slechts € 450. Toch snel verdiend! Maar je kunt natuurlijk ook het stukje voordeel aan je werknemers geven en jouw kosten gelijk houden.
Let op
De tarieven van werknemers verschillen, er kan een cao van toepassing zijn, etc. Het blijft dus maatwerk!
9. Laat beschikkingen Whk-premie 2026 controleren
Je krijgt binnenkort de beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) 2026 van de Belastingdienst. Het is verstandig om deze beschikking goed te (laten) controleren, want het komt regelmatig voor dat de beschikking niet goed wordt vastgesteld. Veel voorkomende fouten zijn onjuiste loonsommen waarop de premie is gebaseerd, maar ook foutieve bedragen van aan jou toegerekende uitkeringen van (ex-)werknemers of het onterecht toerekenen van uitkeringslasten, bijvoorbeeld van werknemers die nooit bij jou hebben gewerkt. Mocht de beschikking niet juist zijn, zorg er dan voor dat je binnen zes weken bezwaar maakt (laat maken) tegen de beschikking.
Actiepunten voor alle belastingbetalers
10. Benut lijfrentepremieaftrek
Heb je een pensioentekort? In dat geval kun je hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct.
Sinds begin 2023 zijn de aftrekruimtes in de jaarruimte en de reserveringsruimte aanzienlijk verruimd. Zo is de jaarruimte nu 30% van je loon of je winst uit een onderneming verminderd met het deel waarover je later AOW ontvangt. De jaarruimte is maximaal € 35.798. De maximale reserveringsruimte is verhoogd naar € 42.108 en geldt voor de onbenutte jaarruimtes van de afgelopen 10 jaar (voorheen 7 jaar). Maar let op, alleen de lijfrentepremie die je in 2025 daadwerkelijk hebt betaald, kun je aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting 2025 die je volgend jaar indient bij de Belastingdienst.
Let op
Heb je inkomen dat wordt belast tegen het toptarief van 49,5% (vanaf € 76.817)? Dan mag je de betaalde lijfrentepremie ook aftrekken tegen 49,5%. De aftrekbeperking voor aftrekbare kosten geldt namelijk niet voor lijfrentepremies!
Aftrek vergeten?
Ben je in de afgelopen 5 jaar vergeten om de lijfrentepremie in aftrek te brengen? Verzoek dan bij de Belastingdienst om een ambtshalve vermindering. Je moet dan wel kunnen aantonen dat je de lijfrentepremies niet hebt afgetrokken. Dat kun je doen met kopieën van de ingediende aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren en de aanslagen over die jaren. Bewaar daarom de oude aangiften en aanslagen!
11. Voorkom beperking renteaftrek
Heb je na 2012 een hypotheek afgesloten voor de eigen woning die je als hoofdverblijf gebruikt? Dan heb je een jaarlijkse aflossingsverplichting, waaraan je moet voldoen om de hypotheekrenteaftrek te kunnen claimen. Controleer daarom of je eind 2025 voldoende hebt afgelost. Mocht dat niet zo zijn, los dan alsnog voldoende af. Als je niet aan je aflossingsverplichting voldoet, kan dit tot beperking van je renteaftrek leiden.
12. Geen lager heffingvrij vermogen
Het deel van je vermogen waarover je geen box-3-heffing hoeft te betalen, het heffingvrije vermogen, gaat volgend jaar toch omhoog van € 57.684 naar € 59.357. Heb je een fiscale partner? Dan bedraagt het heffingvrije vermogen in 2026 € 118.714. De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen tot € 51.396 per belastingplichtige (fiscale partners: € 102.792) gaat dus niet door.
13. Geef vóór 2026 je cryptobezit aan
Cryptovaluta behoren – net als andere vermogensbestanddelen – tot jouw box-3-vermogen en dus moet je die ook aangeven in je aangifte inkomstenbelasting. Heb je dat nog niet gedaan? Weet dan, dat je dit jaar nog gebruik kunt maken van de inkeerregeling. Hiermee kan je jouw aangifte verbeteren. Het moet wel een ‘vrijwillige verbetering’ zijn. Dit komt erop neer dat de inkeerregeling alleen geldt zolang je niet weet of moet vermoeden dat de Belastingdienst bekend zal worden met jouw cryptobezit. Bij een rechtsgeldige inkeer legt de inspecteur geen of alleen een gematigde boete op bij de alsnog verschuldigde belasting. Het is raadzaam om nog dit jaar in te keren. Vanaf 1 januari 2026 moeten cryptoplatforms namelijk aan de Belastingdienst doorgeven wie hoeveel cryptovaluta bezit en welke transacties daarmee zijn gedaan. Van een vrijwillige verbetering kan er dan waarschijnlijk geen sprake meer zijn.
Bij de samenstelling van de actiepunten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan. Voor een toelichting kun je altijd contact met ons opnemen.
Vragen? Neem contact op met Bob
Bel of app naar
0641783407Mail naar
brongen@vandaag.nu